Over de auteur

 

Ik houd sinds mijn twaalfde levensjaar kousebandslangen.

Mijn eerste ervaringen met reptielen waren een paar hagedissen die ik voor mijn achtste verjaardag had gekregen. De eerste slangen volgden een paar jaar later: een tweetal kousebandslangen (Thamnophis sirtalis parietalis). Vervolgens had ik een aantal jaren voornamelijk europese Natrix soorten, te weten Natrix maura en N. tessellata.

De eerste succesvolle kweek met Natrix maura is gelukt in 1986. Later kwamen daar de Noord-Aamerikaanse Nerodia soorten bij, waaronder N.fasciata en N.sipedon.

Een aantal aziatische Natrix-achtigen zijn ook de revue gepasseerd, waaronder de prachtige, maar naar nu blijkt giftige Rhabdophis trigrinum, R.subminiatus en Xenochrophis piscator.

 

Mijn doel met het houden van waterslangen is altijd geweest om de slangen op een zo natuurgetrouwe mogelijke manier te houden en ze jarenlang in goede gezondheid te verzorgen en om er uiteindelijk mee te kweken. Op deze manier kan je als hobbyist inzicht krijgen in de biologie van deze slangen en gegevens verzamelen die je in de natuur veel moeilijker of vrijwel niet kan verzamelen. 

De nadruk ligt op het kweken van (onder)soorten zoals je ze ook in de natuur kan tegenkomen. Het voorkomen van inteelt staat voorop. Het liefst kweek ik alleen met dieren afkomstig uit de dezelfde populatie; voorwaarde is dan wel dat de originele vangslocatie bekend. Dan ben je ook beter in staat om natuurlijke omstandigheden zoveel mogelijk na te bootsen. T.sirtalis parietalis komt bijvoorbeeld voor van het zuiden van de VS met milde winters tot ver in Canada (Manitoba) waar er soms wel

5 - 6 maanden sneeuw kan liggen! Daar komt nog eens bij dat sommige ondersoorten (zoals de verschillende ondersoorten van Thamnophis sirtalis) vrijwel niet met zekerheid te determineren zijn zonder de preciese herkomst te kennen.

Het kweken van kleurvarianten die slechts zeer incidenteel  in de natuur voorkomen (zoals albino’s) heeft nooit mijn specifieke interesse gehad.

 

Sinds ongeveer midden jaren ’90 ligt de focus op Thamnophis soorten, mede vanwege het feit dat ik vanwege mijn werk vaak in Noordamerika ben en zodoende af en toe in de gelegenheid ben kousebandslangen in hun natuurlijke omgeving te observeren. Deze slangen in hun habitat te observeren geeft een extra dimensie aan de hobby.

Dan besef je pas goed hoe enorm de variatie binnen dit geslacht is, niet alleen qua kleur, tekening en lichaamsbouw maar ook qua levenswijze en biotoop. Zo zijn er soorten die enorm aquatisch zijn zoals Thamnophis atratus, T.rufipunctatus en T. hammondii, maar ook soorten die er een veel meer terrestrische levenswijze op na houden zoals T.sirtalis, T.ordinoides en T.e.vagrans. En komen ze voor in de meest uiteenlopende habitats variërend van hoog in de bergen tot op zeeniveau, van droge woestijngebieden tot moerasgebieden en van het hoge noorden (ver in Canada) tot aan midden Amerika.

s t e v e n b o l g a r t e r s n a k e s . n l

© 2009  -  Webdesign  -  Henk Bol

 

.