Thamnophis eques insperatus (Conant, 2003); Zacapu Mexicaanse Kousebandslang
De Zacapu Mexicaanse Kousebandslang is een zeldzame en onbekende verschijning in de kousebandslangen hobby. Dat is niet zo verwonderlijk als je beseft dat deze fraaie ondersoort (samen met nog 6 andere nieuwe ondersoorten) van de Mexicaanse Kousebandslang (Thamnophis eques) pas in 2003 door de bekende Amerikaanse herpetoloog Roger Conant is beschreven. Aan de hand van 1 doodgereden exemplaar.
Je zult in de meeste literatuur de naam T.eques insperatus dan ook niet tegenkomen, alleen Thamnophis eques eques, T.e.megalops en T.e.virgatenuis. Überhaupt kom je de Mexicaanse soorten uit het geslacht Thamnophis nog vrij weinig tegen onder de Europese kousebandslangenliefhebbers. Het is een grote en zwaargebouwde Kousebandslang en Conant (2003) vermeldt een nieuwe maximum lengte voor T.eques (obscurus) van 121,6 cm. Met name de vrouwtjes worden erg groot en zijn daarbij ook heel zwaar gebouwd. Zelf heb ik in 2008 een vrouwtje van T.e.insperatus gevonden van 122,8 cm.
De Zacapu Mexicaanse Kousebandslang komt voor in het meer van Zacapu. Het meer ligt in de staat Michoacán op 2000 m boven zeeniveau. Het meer ligt aan de rand van de stad Zacapu en wordt gevoed door een grote bron. Het is relatief een klein meertje van ongeveer een kilometer lang en op zijn breedste gedeelte 400 meter breed.
Het water in het meer is op het eerste gezicht kristal helder en stroomt zachtjes in de richting van een kanaal. In de kanaal staat in verbinding met een heel stelsel aan kanalen van waaruit de omringende landbouwgewassen van water voorzien worden
Thamnophis eques insperatus heb ik eind November 2008 waargenomen in het wild.
Ik heb twee verschijningsvormen gezien: een donkere vorm en een lichtere vorm. Maar gezien het relatief kleine aantallen slangen wat ik heb gezien is het de vraag of deze soort in twee duidelijke verschillende vormen voorkomt of dat de ondersoort zeer variabel is.
Van de ongeveer 16 T.eques die ik heb gezien waren er minimaal 1 en mogelijk 2 geelbruin van kleur, maar het merendeel van de slangen die ik goed heb gezien waren zeer donker van kleur.
Bij de donkere dieren was de rugstreep nauwelijks zichtbaar maar een blauwgroene zijstreep op schubben rij 3 en gedeeltelijk 4 was redelijk goed zichtbaar. De rugzijde is voornamelijk zwart. De donkere (zwarte) schubben hadden echter vrijwel allemaal een bruine kiel waardoor het lijkt of de dieren talloze fijne lengtestrepen hebben. Tevens is de kern van de schubben ook vrijwel altijd bruinig van kleur. Dit veroorzaakt een fraaie mozaïektekening. Een onderliggend patroon van twee rijen grote donkere vlekken is bij sommige dieren te zien bij de juiste lichtval. Zeker als de (plaatselijk witte) huid uitgerekt wordt door een grote prooi. Het fluorescerende karakter van de schubben maakt het beschrijven van kleur en tekening lastig.
Bij de lichter gekleurde dieren zijn alle drie de lengtestrepen veelal goed zichtbaar.
De buikschubben zijn blauwgrijs van kleur met een zwarte rand. Onderkant keel en staart zijn duidelijk anders gekleurd dan de buikschubben. De keel is bij de meeste dieren heldergeel en de onderkant van de staart heeft bij de meeste exemplaren een oranje-roze zweem. De supralabiaal schilden zijn fraai geel en veelal zwart omrand; ook is er in de nek een gelige ring te herkennen, maar de helderheid hiervan varieert. Sommige dieren hebben een kop die veel aan de Ringslang (Natrix natrix) doet denken. De bovenkant van de kop is ook donkerzwart van kleur.
Deze slangen zijn gulzige eters en probleemloos te houden. Deze slangen zijn vrij schuw als ze klein zijn. Mijn volwassen dieren zijn vaak goed zichtbaar in het terrarium wanneer ze op een stronk onder de lamp liggen te zonnen.
Deze slangen zijn goed te houden in een ruim en goed geventileerd terrarium. De bak kan kurkdroog zijn met een waterbak die kan variëren qua grootte. Een winterrust is niet absoluut noodzakelijk en het is mogelijk dat deze ondersoort in het wild totaal geen rustperiode kent, ofschoon ze op 2000 meter hoogte voorkomen. Een koudere periode in het terrarium van 2-3 maanden zal echter geen kwaad kunnen.
Op 30 November 2008 kon ik ongeveer 16 volwassen exemplaren vinden van T.e.insperatus. Voor details zie een artikel wat binnenkort op de website beschikbaar zal zijn. Klapstuk was een grote vrouw van 122,8 cm die op het punt stond een 20 tal jongen te werpen.
In het meer van Zacapu komt naast T.eques nog een tweede soort kousebandslang voor: Thamnophis melanogaster canescens.
Mijn kweekgroep bestaat uit meerdere volwassen nakweekdieren allen afkomstig van 1 wildvangvrouw.
Literatuur
Conant, R., 2003. Observations on Garter Snakes of the Thamnophis eques
complex in the Lakes of Mexico’s Transvolcanic Belt, with descriptions of New
Taxa. American museum novitates 3406: 1-64.